Met ‘behoorlijke tegenzin’ akkoord met tonnen kostende bedrijfsverplaatsing

Over het voorontwerp bestemmingsplan Harlingen-Perseverantia ging het afgelopen woensdag tijdens de raadsvergadering al snel niet meer. Bijna alle raadsfracties zagen ook wel in, dat de vestiging van het autodemontagebedrijf in dit deel van Harlingen, niet meer te keren was. Met ‘behoorlijke tegenzin’ stemde ook Harlinger Belang in met het voorontwerp bestemmingsplan.

De fracties die uiteindelijk tegen het bestemmingsplan stemden (OPA, Groen Links en Wad’n Partij), verkozen met hun tegenstem jarenlange juridische procedures, uitstel van de werkzaamheden rondom de N31 en alle onzekerheid en financiële consequenties van dien.

Hoe het heeft kunnen gebeuren, dat de gemeente € 420.000 aan het autodemontagebedrijf betaalde, terwijl deze nu amper 200 meter verhuist en nog steeds een zichtlocatie, was een vraag die bij nagenoeg alle raadsfracties leefde. Met een raadsinformatiebrief, amper 3 uur voor aanvang van de raadsvergadering, gaf het college tekst en uitleg.

In deze brief schetste het college bij herhaling een beeld, dat zij niet op de hoogte was van de plannen van het autodemontagebedrijf. Tijdens de onderhandelingen gaf de exploitant weliswaar aan een locatie op het oog te hebben, maar was zij niet bereid deze prijs te geven.

Volgens Harlinger Belang hadden door deze houding op z’n minst alle alarmbellen in het stadhuis moeten rinkelen. Maar in plaats van hierop te acteren, had de gemeente maar een doel voor ogen: het verwerven van de grond. Snelheid en naïviteit voerden hierbij overduidelijk de boventoon.

Ook met de ervaring uit het verleden (de aankoop van het Spaansen terrein), had het college beter moeten weten. Klaarblijkelijk is de gemeente nog steeds niet in staat om vastgoedtransacties met een goed resultaat af te wikkelen. De raadsfractie stelde deemoedig ‘een illusie armer’ te zijn en ‘de lat hoog te leggen’ voor het binnenkort te bespreken plan om de ambtelijke organisatie te reorganiseren.

Opvallend was de houding van de CDA raadsfractie. Zij verklaarde nog steeds pal achter de gemeentelijke aankoop te staan. Bovendien verweet zij het vorige bestuur een te passieve houding ten aanzien van grondaankopen, een houding die zou zijn ingegeven door een negatief sentiment hieromtrent in de raad.

Nog los van het bestaan van een dergelijk negatief sentiment, hetgeen overigens alle andere raadsfracties werd weersproken, verzuimde het CDA in haar betoog te vermelden, dat zij zelf ook zitting had in betreffende raad en destijds ook het semi actieve grondbeleid steunde. Ook ging zij voorbij aan het feit, dat het de gemeente aan financiële middelen ontbreekt om her en der grond en vastgoed aan te blijven kopen.