Harlinger Belang over zoutwinning onder de Waddenzee

Home / Nieuws / Harlinger Belang over zoutwinning onder de Waddenzee

Onlangs heeft de gemeenteraad groen licht gegeven voor de bouw van een pompgebouw door Frisia Zout B.V. (hierna: Frisia). Een besluit dat tot veel commotie heeft geleid, omdat gesuggereerd werd dat Harlingen hiermee de laatste kans om zoutwinning onder de Waddenzee te blokkeren, aan haar neus voorbij heeft laten gaan. Harlinger Belang deelt deze mening niet. Na uitvoerige bestudering van de stukken, is de raadsfractie tot de conclusie gekomen dat instemmen met het afgeven van een ‘verklaring van geen bedenkingen’ de enige juiste weg was.

In 2010 heeft Frisia een Milieueffectenrapportage (MER) opgesteld om naast de zoutwinning onder het land, in de toekomst ook zout te winnen onder de Waddenzee.  Hiervoor dient Frisia over diverse vergunningen (Natuurbeschermingswet en Flora en Faunawet) te beschikken. Ook is een winningsvergunning en winningsplan vereist. Al deze aanvragen worden door het Ministerie van Economische Zaken beoordeeld. Ook zij is degene die deze vergunningen afgeeft. De rol van de gemeente Harlingen is daarmee uiterst beperkt. 

Harlinger Belang heeft zich in de afgelopen jaren sterk gemaakt om de zoutwinning onder het land, met al haar nadelige gevolgen, te beëindigen. Op 19 januari 2011 heeft de raadsfractie met succes een motie ingediend, waarin werd opgeroepen tot het beëindigen van de zoutwinning onder het land. Uiteindelijk heeft Frisia deze vergunningaanvraag in 2014 ook daadwerkelijk ingetrokken.

Inmiddels heeft het ministerie nagenoeg alle vergunningen afgegeven. Haar concept besluit inzake het winningsplan (waaronder de locatie ‘havenmond’) heeft in de periode oktober en november 2013 voor eenieder ter inzage en ter becommentariëring voorgelegen. Zo ook de concept omgevingsvergunning in de maanden mei en juni 2014. Hierop is geen enkele zienswijze ingediend.

De beperkte rol van de gemeente Harlingen in dit dossier strekt zich tot het afgeven van een ‘verklaring van geen bedenkingen.’ Deze verklaring is vereist omdat het nog te bouwen pompgebouw, voor het gebruik als winlocatie voor het zout onder de Waddenzee, niet past binnen het eerder door de raad vastgestelde bestemmingsplan. Het is dan ook een misvatting te denken dat de verklaring betrekking heeft op de zoutwinning an sich.  

De gemeente kan daarom de wenselijkheid en locatie van de zoutwinning niet laten meewegen bij haar besluit om wel of geen verklaring af te geven. Deze zaken zijn eerder bij de diverse andere vergunningstrajecten, vallend onder het ministerie van Economische Zaken, aan de orde gekomen. Aan het weigeren van de verklaring kunnen voor de gemeente uitsluitend planologische of technische redenen op het gebied van ruimtelijke ordening ten grondslag liggen.  

Diverse fracties bepleitten om in de verklaring (opschortende) voorwaarden, op het gebied van de schaderegeling, op te nemen.  Ook hier geldt, dat deze voorwaarden niet passen binnen de rol van de gemeente om een uitspraak te doen over de planologische inpassing van het pompgebouw op de winlocatie op het terrein van Frisia. Overigens is de schaderegeling ook wettelijk bepaald en heeft de gemeente geen bevoegdheid deze voor Frisia anders in te kleden. Alleen al op dit punt, zouden dergelijke voorwaarden van tafel worden geveegd.

Los van de vraag of men voor of tegen de zoutwinning is, is Harlinger Belang van mening dat er onvoldoende, plausibele redenen zijn, om de ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet af geven. Daarbij komt, dat de raad in januari 2014 al een ontwerp verklaring van geen bedenkingen had afgegeven.

Zoals genoemd, is Harlinger Belang tegen de zoutwinning onder het land. Desalniettemin vinden wij de zoutwinning belangrijk voor onze lokale economie. In ons verkiezingsprogramma hebben wij daarom ook gepleit voor zoutwinning onder de Waddenzee, mits verantwoord.  Na uitvoerige bestudering van de stukken, is Harlinger Belang (nog) niet overtuigd dat de geplande zoutwinning onverantwoord is. Wij hebben daarbij kennis genomen van een zorgvuldige MER-procedure inclusief passende beoordeling en diverse vergunningsaanvraagtrajecten, een en ander in het licht van ervaringen uit het verleden en elders in den lande. Wij putten vertrouwen uit de gestelde, aanvullende maatregelen die de negatieve effecten van de zoutwinning tegen dienen te gaan. Echter, wij beseffen ons ook, dat garanties niet te geven zijn.

Tot slot heeft de raadsfractie het college met een motie opgeroepen, om bij de minister van Economische Zaken, nu al duidelijkheid te krijgen over de schadeafwikkeling. Daarbij hebben wij gepleit om de huidige bebouwing nabij de havenmond en in de binnenstad nu al in kaart te brengen (nulmeting). Voorkomen moet worden dat in de toekomst, mocht onverhoopt wel sprake zijn van enige schade,  pandeigenaren een ingewikkeld en kostbaar traject moeten doorlopen om hun schade vergoed te krijgen. Onze oproep werd gesteund door alle raadsfracties en is overgenomen door het college.