Verklaring wethouder Le Roy inzake motie van wantrouwen

Tijdens de raadsvergadering van 12 april, werd door Groen Links een motie van wantrouwen ingediend waarmee zij het vertrouwen op zegde in Harlinger Belang wethouder Le Roy. Onderstaand is de integrale reactie van wethouder Le Roy opgenomen inzake deze motie.

Wat een mooie raadsvergadering had moeten worden, een hoogtepunt, waarin na een intensief proces de beslissing is genomen over de havenverzelfstandiging, eindigde toch in mineur.
De heer Kroon van Groen Links is met zijn overtuiging, dat dit het enige middel was mij een pedagogische tik te geven, overgegaan tot het indienen van een motie van wantrouwen.

Graag neem ik u mee om te laten zien hoe dat voelt.
Ik ben in 2010 als wethouder van buiten komen werken, ben aan de slag gegaan en heb altijd getracht het algemeen belang te dienen. Dat kan ook niet anders, want ik kende helemaal niemand om te bevoordelen.
Na de verkiezingen zag ik het dan ook als een kroon op mijn werk toen mij gevraagd werd om als wethouder aan te blijven en de achterban van Harlinger Belang te vertegenwoordigen.
Van mij werd en wordt dezelfde werklust en werkhouding verwacht: een van samenwerken, collegiaal besturen en de middellange en lange termijn in het vizier houden.

Dat je in de politiek niet veel vrienden maakt is geen verrassing omdat je met beslissingen, beleid en andere maatregelen en keuzes het nooit iedereen naar de zin kunt maken.

Maar dat je een motie van wantrouwen voor je kiezen krijgt, omdat een eenmans-raadsfractie zich geërgerd heeft en woest is geworden, omdat hij zijn gelijk niet kreeg, verbaast en kwetst mij ten diepste.
Ik ben heel wat gewend, maar dat ik word afgeschilderd als iemand die niet goed omgaat met burgers en burgerinitiatieven is nieuw voor mij.

Dat handelen zonder draagvlak komt mij vreemd voor. Mijn dagelijkse handelen is altijd ingegeven om diverse belangen af te wegen, van burgers, belanghebbenden en collega’s.
En dan komt het er op aan om de juiste keuzes te maken en dat blijft mensenwerk.

Deze kras op mijn blazoen, deze motie van wantrouwen over mijn optreden in mijn geliefde Harlingen doet zeer, voelt niet goed, maar zal me vooralsnog niet afleiden van de zaken die van mij als wethouder worden verwacht.
Zoals bij zoveel pijnlijke ervaringen is het motto: er lering uit trekken en door-gaan.

Ik hoop en verwacht dat ik samen met velen nog belangrijke projecten in Harlingen kan realiseren.